De longeerzweep, nogal een ding

Share on facebook
Share on whatsapp
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Hij ziet er indrukwekkend en eigenlijk ook best een beetje angstaanjagend uit, de longeerzweep. Een meter of twee zweep in combinatie met een slag die het geheel een meter of zes lang maakt.

Je zou er een paard serieus pijn mee kunnen doen, maar iedereen die ook maar een beetje van paarden houdt weet dat de longeerzweep helemaal niet bedoeld is als straf. Met een longeerzweep sla je niet, nooit. Wat je er wél mee doet, is je beenhulp vervangen, als je aan het longeren bent.

Aanwijzingen geven

Met de longeerzweep drijf je het paard vooruit en naar buiten, en ook kan de zweep aanwijzingen geven aan je paard om een overgang terug in tempo te maken. De zweephulp vormt een combinatie met – of beter: aanvulling op je stemhulp. Maar nooit door een paard ermee te slaan. Zelfs aanraken komt zelfden voor; de longeerzweep is bedoeld om aanwijzingen te geven.

Als je paard bijvoorbeeld naar binnen komt op de volte, doe jij de hand waarin je de longeerlijn vasthoudt wat naar achter. Je brengt je elleboog achter je heup zodat je lichte druk op de longeerlijn houdt. Je zweephand breng je rustig naar voren, richting de flank van het paard. Dat is voor de meeste paarden genoeg aanwijzing om de volte te vergroten; ze hebben niet eens een zachte aanraking met de slag nodig.

Wat zakken

Ook om het tempo te verhogen of te vertragen kun je de zweep gebruiken. Je geeft stemhulp ‘hoo’ en laat de zweep wat zakken. Als hij niet terugkomt, haal je het paard wat naar je toe door de longeerlijn korter te maken en eventueel beweeg je de zweep rustig richting het hoofd van het paard. Om de zweep goed te kunnen gebruiken, is het zaak je paard te leren dat hij van dit hulpmiddel niets te vrezen heeft.

Bang voor de zweep?

In de nieuwe cursus ‘longeren tot een goed gaand paard‘ vertelt Lammert Haanstra dat hij regelmatig paarden ontmoet die dusdanig bang zijn voor de longeerzweep, dat het volgens hun eigenaren niet mogelijk is om het paard met zweep te longeren. “Een paard mag niet bang zijn van de zweep”, zegt Lammert. “Als hij dat wél is, zegt het iets over degene die die zweep in het verleden heeft gehanteerd. Niet over het paard.

Om hem toch te kunnen longeren, is het zaak zo’n paard te leren dat de zweep hem geen kwaad doet. Het paard moet weer vertrouwen krijgen in de zweep. Door hem heel rustig de zweep te laten zien, en hem er voorzichtig mee aan te raken. Als dat lukt, kun je hem zachtjes strelen met de zweep. Om een angstig paard aan de zweep te laten wennen, moet je echt even de tijd nemen. Want om goed te longeren heb je echt een zweep nodig.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

top
© 2021 Media Primair - Powered by Hoefslag    

 Contact | Disclaimer